Waan van de dag

zouteloos oeverloos troosteloos hopeloos

Kleinkunst

KLEINKUNST 
door Hannes Galesloot

Met ’t Cabaret in Nederland is ’t nooit wat geweest, ook al denken de beoefenaars en het publiek daar heel anders over. Cabaretiers hebben het maar moeilijk. Lange wandelingen in de duinen voor ze weer iets hebben bedacht om voor het voetlicht te brengen, om het verwende publiek mee te behagen. Allemaal zijn ze fout. Het beruchte Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter is een ijkpunt. Geen enkele moderne Nederlandsche cabaretier kan dit gezelschap voorbijstreven wat betreft “gezond verstand”. Hij/zij heeft het gezonde verstand van de gemiddelde Nederlander en doet daar ook met succes een beroep op. Dat levert dan een “gezonde” en zelfs “bevrijdende” lach op. Zelden zullen toeschouwers en cabaretiers zich zelf toestaan te erkennen dat de conference helemaal niet leuk is, dat het geschater in de zaal alleen maar berust op een treurige afspraak. Er valt niets te lachen: er staat een mens op het podium die zichzelf, zijn medemens en de maatschappij in de uitverkoop doet. Taalgrappen, bokkesprongen, spotternij, kolder, gewaagde liedjes, het is allemaal om te huilen. Er is niets bevrijdend aan; integendeel, je krijgt het gevoel doodgeslagen te worden met opgebakken ideeën van weleer, van het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter.


reactie van Joost Verulaan:

Van Dale, u kent hem wel, die arme Zeeuwse sloeber en overigens niet eens zo’n heel beste taalvirtuoos, omschrijft ‘cabaret’ als volgt: “genre van amusement met afwisseling van dans, voordracht en muziek”… Ja en ? hoor ik u denken, wat wil je daar mee zeggen ? Nou niets eigenlijk. Maar uit de omschrijving van Van Dale blijkt dat cabaret eigenlijk een niemendalletje is en dus niet veel voorstelt: een praatje, een liedje een dansje… Heeft die gelijk, die Van Dale ? Daar kan volmondig “ja” op worden geantwoord. Tenminste als u daarbij het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter in gedachten heeft. Want laten we wel wezen…wie was die Paulus de Ruiter nu helemaal ? Of Bram van Staveren of Jip Feldman of Bert van Eyck, zoals-ie zichzelf ook dikwijls noemde. Want eigenlijk heette deze Paulus, Bram, Jip of Bert gewoon Jacques van Tol, ja…juist, u weet wel, die broodschrijver die tijden de Tweede Wereldoorlog ook het Duits goed onder de knie had… Need I say more ? Voor de kenner niet, dacht ik zo… En beste Hannes Galesloot, dát kun je toch geen cabaret noemen, dat gekriebel van die Van Tol ?! Nee, dan Lurelei of Don Quishocking of Sieto en Marijke Hoving: dát was cabaret meneertje van de bovenste plank….kleinkunst met een grote “K”… om te huilen zo mooi….

gepost op
25-11-2003 om 09:49

Verder Bericht

Vorige Bericht

© 2018 Waan van de dag

Thema door Anders Norén